Gisteravond verzamelden zich tweehonderd mensen bij het Johan Cruyff Court in Daalmeer, Alkmaar. Vrienden, buurtbewoners, politieagenten en handhavers waren samengesmolten tot één stille stoet. Ze kwamen voor Tijn, een 25-jarige jongen wiens leven op brute wijze werd beëindigd. Om 19 uur stak zijn beste vriend een fakkel aan, en in de flakkerende stilte begon een tocht door het park, naar een plek waar woorden werden gesproken die even pijnlijk als noodzakelijk waren.

“We zijn hier om stil te staan bij het verlies, bij het verdriet dat familie en zijn vrienden voelen,” sprak mede-organisator Natasja de menigte toe. “We zijn hier niet om te oordelen of te speculeren, maar om te herdenken, te steunen en te verbinden. Laat deze tocht een teken zijn dat zinloos geweld nóóit mag wennen. Dat we elkaar meer liefde, respect en begrip gunnen. Dat we samen opstaan tegen de hardheid van de wereld, door juist zacht te zijn voor elkaar.”
Het was een moment van verbinding, van collectief verdriet dat ruimte kreeg. Maar het was ook een moment van verzet. Verzet tegen de manier waarop Tijns leven en dood de afgelopen weken waren ingekleurd, vervormd en verkocht.

Een jongen die lachte met pijn
Raoel, een vriend van Tijn, nam het woord en schetste een portret dat haaks stond op de beelden die de afgelopen weken de ronde hadden gedaan. “Tijn was een lieve jongen, iemand die graag wilde lachen,” begon hij. “En ondanks dat hij een zwaar beladen leven had, vond hij vrolijkheid in weinig: het nadoen van een boers accent, het stijfjes durven dansen op elk liedje, een drankje, mee mogen eten bij iemand thuis.
Tijn ging door het vuur voor zijn vrienden. Hij had weinig te bieden – geen geld, geen luxe, geen zekerheid – maar wat hij kon geven, was juist. Een arm om je nek. Een knuffel. Een aai over je rug. Het beamen dat iets vervelend is, toegeven dat hij de oplossing niet weet, maar wel laten weten dat hij er voor je is. Door zijn eigen verleden kon hij goed aanvoelen wanneer iemand het moeilijk had. Hij herkende pijn, omdat hij zelf zo veel had meegemaakt.”

“Tijns leven is een slechte film,” zei Raoel, en die woorden sneden door de koude avondlucht. “Zijn vader vertrok toen hij acht was. Als tiener werd hij niet begrepen. Hulpinstellingen, dakloosheid, geslagen, genaaid en bestolen – soms zelfs door mensen die hij vrienden noemde. Desondanks had hij altijd vertrouwen. Hij lachte vaak met ons, had vertrouwen in een goede afloop. Hij leerde mensen kennen waar hij zich kon hechten. Hij lachte met pijn. Pijn uit zijn verleden, maar zijn lach was oprecht.”
En toen kwam het moment dat Raoel moest doen wat geen vriend ooit zou moeten doen: het valse beeld rechtzetten dat de afgelopen weken van Tijn was geschetst. Zijn naam moest gezuiverd worden.

Van slachtoffer naar schuldige in een paar krantenkoppen
In de dagen en weken na Tijns dood verschenen er artikelen. Artikelen die spraken over criminaliteit, over de drugswereld, over een ripdeal die hem fataal zou zijn geworden. Tijn werd niet langer neergezet als een slachtoffer van zinloos geweld, maar als iemand die “het over zichzelf had afgeroepen”. Het kwetste zijn nabestaanden diep.
Raoel was eerlijk: “Nee, Tijn was niet brandschoon. Straatarm als hij was, stal hij wel eens eten en drinken. Maar daar bleef het bij. Hij gaf niks om luxe. Op zijn laatste dag had hij nog steeds geen geld, maar dat vond hij niet erg, want hij had onderdak, hij had eten, hij had vrienden, hij had drinken.
Tijn was geen crimineel. Hij was een jongen die probeerde te overleven in een wereld die hem keer op keer in de steek liet. Een jongen die net op weg leek naar boven, die net het licht aan het einde van de tunnel begon te zien, tot die tunnel instortte.”

“Tijns dood is gruwelijk, shockerend en zinloos,” zei Raoel. “Hij ontsnapt aan een zwaar leven en leek de weg omhoog te vinden. Alleen, zijn tunnel stortte in voordat hij het licht aan het eind bereikt had. Nogmaals: Tijns leven was een slechte film. Hij was een volwassen kind, dat nooit oud zal worden.”

Wanneer media zijn ziel verkoopt
Ik ben vorig jaar met De echte mensen begonnen omdat ik de beeldvorming die door de media wordt gevormd vaak te eenzijdig vind. We vergeten zo makkelijk dat het om mensen gaat. Maar bij moord wordt deze eenzijdigheid niet alleen pijnlijk, maar ronduit schadelijk.
De woorden van Raoel tijdens de stille tocht laten zien hoe diep de speculaties erin hebben gehakt bij Tijns nabestaanden. Maar zij staan niet alleen. Ik heb de afgelopen maanden met zeer veel nabestaanden van geweld gesproken, en een groot deel van hen heeft met lede ogen moeten aanzien hoe de pers een verhaal vormde over hun dierbare dat simpelweg niet klopt.

Bij Tijn was het de Telegraaf die het startschot gaf. Met droge ogen schreven zij gruwelijke artikelen vol speculaties en details die nooit bevestigd waren, waardoor de publieke opinie ineens volledig omsloeg. Waar eerst een groot deel van Nederland meeleefde met de dierbaren van Tijn, klonk nu vooral de kreet dat hij het over zichzelf had afgeroepen. Ook werden de meest heftige en gruwelijke details rondom zijn overlijden breed uitgemeten – wat er met zijn lichaam gebeurd zou zijn, hoe hij gevonden werd. Dit heeft de nabestaanden een enorme klap gegeven.

De enige die hierover berichtte – over hoe dit alles voor de nabestaanden was – was NH Nieuws. Maar dat is lokaal en regionaal nieuws. Niemand nam het over, want de meest afschuwelijke scenario’s verkopen nu eenmaal goed en leveren veel bezoekers op, wat weer geld in het laatje brengt. Dat terwijl de feiten door zowel de politie als het Openbaar Ministerie nog niet eens naar buiten zijn gebracht.

Sensatie vult de eerst lege bladzijden. Feiten zijn ondergeschikt. Maar je hebt hier te maken met mensen die niet zomaar verdriet hebben, het gaat om moord. Denk je eens in dat een dierbare, nog zo jong, want Tijn was slechts 25 jaar, om het leven wordt gebracht. Hoe zou jij willen dat er over diegene wordt geschreven? Daar kan en mag je alleen maar met respect mee omgaan.

We leven niet in een spannende serie. Dit zijn echte levens, echte families, echt verdriet. Elke zenuw in hun lichaam ligt al bloot en dan komt daarbovenop nog eens de publieke veroordeling, gebaseerd op aannames en speculaties. Over de rug scoren van een vermoord iemand en diens dierbaren is dan ook walgelijk.

De verantwoordelijkheid die we delen
Media hebben een enorme macht. Ze vormen beelden, kleuren meningen, bepalen welke verhalen we horen en vooral hoe we die verhalen horen. En met die macht komt een verantwoordelijkheid die niet vrijblijvend is.
Er is altijd nieuwsgierigheid naar de details van een misdrijf. Mensen willen weten wat er gebeurd is. Maar er is een fundamenteel verschil tussen informeren en exploiteren. Tussen verslag doen en drama creëren. Tussen journalistiek en sensatiezucht.

Wanneer de politie en het OM nog geen feiten naar buiten hebben gebracht, is speculeren niet alleen onverantwoord, het is mensonterend. Het reduceert een heel leven tot een sappig verhaal. Het negeert de mensen die achterblijven, die het artikel lezen terwijl ze nog bezig zijn om te kunnen ademen door de pijn heen.

En het gaat niet alleen om Tijn. Ik spreek regelmatig met nabestaanden van geweldslachtoffers die dezelfde ervaring hebben. Die moeten toekijken hoe hun kind, hun broer, hun vriend wordt weggezet als “zelf ook fout” of “gevaarlijk”, terwijl niemand de moeite neemt om te vragen wie die persoon werkelijk was. Die details lezen over het lichaam van hun dierbare die ze zelf nog niet eens wisten. Die in commentaarsecties lezen dat “hij erom vroeg” of “niet anders verdiende”.
Het is tijd dat we als samenleving, en zeker als media, de vraag stellen: wat zijn we aan het doen? Welke prijs zijn we bereid te betalen voor onze honger naar sensatie?

Licht in het donker
Maar er was ook iets moois, gisteravond in Daalmeer. Tweehonderd mensen die samenkwamen, niet omdat ze allemaal Tijn kenden, maar omdat ze voelden dat dit belangrijk was. Omdat ze wilden zeggen: dit is niet oké. Zinloos geweld mag nooit normaal worden. Maar ook dat ieder leven de moeite waard is om te herdenken met waardigheid.

De fakkel die Tijns beste vriend aanstak, flakkerde op deze windstille avond, waarna de stoet door het park liep. Het was een tocht van verbinding, van collectief verdriet, maar ook van verzet. Verzet tegen de hardheid. Verzet tegen het oordeel zonder kennis. Verzet tegen de manier waarop we soms met elkaar omgaan.

Natasja was overdonderd door de opkomst. “Ik had dit niet verwacht. Ik had het gehoopt, maar ik had het niet verwacht. Het is heel mooi. Wij vonden dat Tijn een waardig afscheid moet hebben, en we moeten een statement maken naar al het zinloze geweld dat er tegenwoordig is. Nu is er een stukje afgesloten en verder wachten we het politieonderzoek verder af.”

Tijn was een jongen die lachte met pijn. Die het weinige dat hij had, deelde. Die vrienden omarmde en mensen zag. Die van één drankje, één maaltijd bij iemand thuis, één domme grap, een moment van geluk kon maken. Zijn leven was zwaar, zijn einde verschrikkelijk. Maar zijn verhaal verdient het om verteld te worden zoals het was, niet zoals het verkoopt.

Die tweehonderd mensen begrepen dat gisteravond. Ze kwamen om te zeggen: Tijn, we dragen je in ons hart. Moge je rust vinden. En moge jouw naam een herinnering blijven aan liefde, niet aan geweld.
Laten wij dat ook onthouden.