
Het is ergens in de jaren vijftig, op een klein eiland in het Teshuilo-meer bij Xochimilco, net buiten Mexico-Stad. Don Julián Santana Barrera heeft zojuist een beslissing genomen die zijn leven zal veranderen: hij verlaat zijn vrouw en kind. De redenen zijn vaag, misschien zelfs voor hemzelf. Sommigen zeggen dat hij gewoon afzondering zocht. Anderen dat hij de druk van het gezinsleven niet aankon. Wat de reden ook was, Don Julián verlaat de bewoonde wereld en trekt naar een chinampa, een van de vele drijvende tuineilanden die de Azteekse kanalen van Xochimilco bevolken.
Het eiland is klein, nauwelijks groot genoeg voor een hutje en een moestuin. Maar het is van hem, een plek waar hij alleen kan zijn met zijn gedachten en zijn werk. Don Julián verbouwt groente, die hij af en toe verkoopt in het nabijgelegen Barrio de la Asunción. Soms drinkt hij pulque, een alcoholische drank gemaakt van gefermenteerde agavesap, in de lokale bars. Hij praat met de dorpelingen, verhandelt zijn groente, en keert dan terug naar zijn eiland, zijn toevluchtsoord van stilte.
Langzaam verandert er iets in Don Julián. Hij begint de Bijbel te preken op straat, met een intensiteit die mensen ongemakkelijk maakt. Zijn toespraken worden vreemder, obsessiever. Uiteindelijk verbieden de dorpelingen hem om nog langs te komen. Don Julián is nu echt alleen.
En dan, op een dag die zijn leven voor altijd zal veranderen, vindt hij haar.
Het lichaam drijft bij de oever van zijn eiland, verstrikt in de waterlelies die de kanalen bedekken. Een jong meisje, misschien zes of zeven jaar oud, verdronken onder wat Don Julián later zou beschrijven als “mysterieuze omstandigheden”. Hij probeert haar te redden – althans, dat beweert hij later – maar het is te laat. Ze is al overleden.
De volgende dag ziet Don Julián iets drijven in het kanaal. Een pop. Haar gezichtje naar beneden, precies zoals het meisje had gelegen. Hij vist haar uit het water en staart naar het plastic gezicht, de blinde ogen, de natte kleding. De pop moet van het meisje zijn geweest, denkt hij. Ze had hem bij zich toen ze verdronk.
Don Julián hangt de pop aan een boom. Het is een eerbetoon, een manier om de geest van het meisje te respecteren. Misschien ook een talisman om boze geesten af te weren. Maar het is vooral een daad van berouw, van een man die niet kon redden wat gered moest worden.
En dan beginnen de fluisteringen.
De stem die nooit stil is
’s Nachts, in zijn hutje op het eiland, hoort Don Julián haar. De stem van het meisje, zacht maar duidelijk: “Ik wil mijn pop.” Soms zijn het voetstappen buiten zijn deur, kleine voetjes die over de aarde lopen waar niemand zou moeten zijn. Soms is het gegiechel in de bomen, speels en onschuldig maar tegelijkertijd diep verontrustend.
Don Julián is ervan overtuigd dat de geest van het meisje hem achtervolgt. Eén pop is niet genoeg, realiseert hij zich. Ze wil meer. Ze heeft behoefte aan gezelschap, aan speelkameraadjes, aan een verzameling poppen die haar kan troosten in haar eenzame dood.
Hij begint te verzamelen.
Hij vist poppen uit de kanalen waar ze drijven, achtergelaten of weggegooid door mensen die ze niet meer willen. Hij graaft in vuilnisbakken, vindt poppen in verschillende staten van verval – sommige zonder armen, andere zonder benen, weer andere zonder ogen. Hij ruilt groente met lokale bewoners voor hun oude poppen, zelfs als die gebroken of beschadigd zijn. Don Julián repareert ze niet. Hij maakt ze niet schoon. Hij hangt ze gewoon op, precies zoals hij ze vindt: smerig, kapot en griezelig.
De bomen van zijn eiland beginnen zich te vullen met poppen. Tientallen worden honderden. Honderden worden duizenden. Sommige hangen aan touwen, bungelend in de wind. Andere zijn vastgespijkerd aan boomstammen, hun armen gespreid alsof ze gekruisigd zijn. Weer andere liggen gewoon op de grond, starend naar de hemel met lege oogkassen.
Don Julián kleedt sommige poppen aan met zonnebrillen, hoofddeksels of sieraden die hij vindt of maakt. Hij spreekt tegen ze, vertelt ze verhalen, vraagt om hun bescherming. Want hij gelooft nu niet meer alleen dat de geest van het meisje op het eiland spookt, hij gelooft dat de poppen zelf bezeten zijn, gevuld met de geesten van dode meisjes.
Mensen die Don Julián bezoeken – en er zijn er maar weinig die dat durven – beschrijven een man die veranderd is. Waar hij ooit een simpele boer was, een man die groente kweekte en een rustig leven leidde, is hij nu iets anders geworden. Geobsedeerd. Bezeten misschien. Alsof een onzichtbare kracht hem drijft, hem dwingt om door te gaan met verzamelen, door te gaan met ophangen. Altijd meer poppen, altijd meer bescherming.
Vijftig jaar gaat dit door. Vijftig jaar waarin Don Julián leeft tussen de poppen, omringd door hun lege blikken en stille aanwezigheid. En dan, in 2001, gebeurt het onvermijdelijke.
De dood op dezelfde plek
Het is Don Julián’s neef, Anastasio Santana Velasco, die hem vindt. Hij is naar het eiland gekomen om zijn oude oom te helpen met vissen, een zeldzame sociale interactie in Don Julián’s geïsoleerde bestaan. Die dag gedraagt Don Julián zich vreemd, vreemder dan normaal. Hij praat over zeemeerminnen die hem roepen vanuit het water, stemmen die hem lokken naar de diepte.
Anastasio loopt even weg. Misschien een paar minuten, misschien langer, maar wanneer hij terugkomt, ziet hij het: Don Julián’s lichaam, drijvend met zijn gezicht naar beneden in het kanaal. Precies op dezelfde plek waar hij vijftig jaar eerder het lichaam van het meisje had gevonden.
Don Julián Santana Barrera is tachtig jaar oud wanneer hij sterft, verdronken in hetzelfde water waar zijn obsessie begon. Sommigen zeggen dat het een ongeluk was, dat zijn oude hart het gewoon begaf terwijl hij aan het vissen was. Anderen fluisteren dat het geen ongeluk was, dat de geest van het meisje hem eindelijk had geclaimd en hem had meegetrokken naar de diepte om bij haar te zijn.
Lokale bewoners geloven dat Don Julián zich nu heeft aangesloten bij de andere geesten van het eiland, dat hij tussen de poppen wandelt en waakt over zijn bizarre verzameling, net zo gevangen als de poppen die hij ooit ophing.
Het eiland groeit
Na Don Julián’s dood zou je verwachten dat het eiland vergeten zou worden, dat de poppen langzaam zouden vergaan en de natuur zijn plek zou heroveren. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Het verhaal van Don Julián en zijn poppen begon zich te verspreiden, eerst lokaal, toen nationaal en uiteindelijk internationaal. En mensen kwamen. Nieuwsgierigen. Toeristen. Dark tourism-liefhebbers die gefascineerd waren door het macabere.
Anastasio Santana Velasco nam de zorg over het eiland over, zoals zijn oom had gewild. En later, na Anastasio’s dood, ging de zorg over naar Rogelio Sanchez Santana, Don Julián’s achterneef. Ze begonnen tegen betaling rondleidingen te organiseren, een traditie die Don Julián zelf al was begonnen in de laatste jaren van zijn leven toen hij besefte dat mensen bereid waren te betalen om zijn verzameling te zien.
De bezoekers brachten hun eigen poppen mee. Sommigen uit respect voor Don Julián’s nalatenschap. Anderen omdat ze hoopten op een zegen, op bescherming, op een wonder. Weer anderen simpelweg omdat het eiland erom vroeg, omdat het niet goed voelde om met lege handen te komen naar een plek die zo doordrenkt is van offers en gedenken.
Vandaag bevat het eiland naar schatting 3.500 poppen. Niemand heeft ze ooit exact geteld, en het aantal groeit nog steeds. Ze hangen in clusters, bedekken hele bomen, liggen verspreid over de grond. Sommige zijn relatief nieuw, felgekleurd en intact. Maar de meeste zijn oud, aangevreten door vocht, vuil en tijd. Hun gezichten zijn vervallen tot griezelige maskers. Hun ledematen zijn verdwenen of hangen los aan draden. Hun kleding is gescheurd en bevlekt.
Het resultaat is een landschap dat er overdag al verontrustend uitziet, maar ’s nachts transformeert in iets uit een nachtmerrie. De poppen, verlicht door maanlicht of de zaklantaarns van moedige bezoekers, lijken te bewegen in de schaduwen. Hun ogen lijken je te volgen terwijl je loopt. En de wind laat ze zachtjes draaien aan hun touwen, een eeuwige, langzame dans die nooit eindigt.

Wat bezoekers ervaren
Het eerste wat opvalt wanneer je boot La Isla de las Muñecas nadert, is de verandering in atmosfeer. De tocht begint mooi. Kleurrijke trajineras (traditionele Mexicaanse gondels) glijden door de kanalen van Xochimilco, een UNESCO Werelderfgoed locatie, die bekendstaat om zijn levendige cultuur en drijvende tuinen. Pelikanen vliegen over, reigers staan in het ondiepe water, waterslangen glijden tussen de waterlelies. Het is een prachtige, vredige rit.
Naarmate je het eiland nadert, wordt de vegetatie dichter. De waterlelies worden zo dik dat ze de boot vertragen. En dan zie je ze. Eerst één of twee, dan meer, steeds meer: poppen die aan de bomen hangen zoals fruit, starend naar het water met hun lege ogen.
De meeste bezoekers voelen het onmiddellijk: een ongemak, een gevoel dat er iets niet klopt. Sommigen beschrijven het als een druk in de lucht, alsof de atmosfeer zelf zwaarder is geworden. Anderen voelen ogen op zich gericht, een intens besef van bekeken worden ondanks dat de meeste poppen te beschadigd zijn om überhaupt ogen te hebben.
Cindy Vasko, een professionele fotografe die het eiland bezocht voor een project, noemde het later “de engste plek die ik ooit heb bezocht”. En Vasko heeft overal gefotografeerd – verlaten ziekenhuizen, oude gevangenissen, kerkhoven in de nacht. Maar er was iets aan La Isla de las Muñecas dat anders voelde, verontrustender.
Bezoekers rapporteren consistent bepaalde ervaringen. Het meest voorkomend zijn de fluisteringen. Mensen zweren dat ze de poppen horen fluisteren tegen elkaar. Sommigen beweren specifieke woorden te horen – vaak in het Spaans, soms in een taal die ze niet herkennen.
In 2019 plaatste een bezoeker op een paranormaal forum: “We waren er midden op de dag, met een groep van acht mensen. En ik hoorde het duidelijk, een kinderstem die ‘gracias’ zei. Ik draaide me om naar de anderen om te vragen of zij het ook hoorden, maar iedereen stond stil, starend naar een pop aan hun rechterkant. Die pop – ik zweer het – had haar hoofd gedraaid. Iedereen had gezien dat het hoofd naar links wees toen we aankwamen, maar nu was het naar rechts gedraaid, en het staarde naar ons.”
Dan zijn er de verhalen over beweging. Een lokale legende zegt dat de poppen ’s nachts tot leven komen, dat ze hun ledematen bewegen, hun ogen rollen, hun hoofden draaien om bezoekers aan te staren. Overdag, beweren sommige getuigen, kun je nog steeds subtiele bewegingen zien – een arm die zachtjes zwaait hoewel er geen wind is, een hoofd dat kantelt alsof het iets interessants heeft gehoord.
Een groep spookjagers die het eiland bezochten voor een documentaire installeerden camera’s voor de nacht. Om 3 uur ’s ochtends pikte hun apparatuur hoge stemmen op die zeiden “blijf bij ons”. Een van de leden van de crew beweerde een kindergezicht te zien, gereflecteerd in het glazen oog van een pop, hoewel er geen kinderen op het eiland waren. Ze verlieten de volgende ochtend in paniek het eiland. Hun materiaal raakte later mysterieus beschadigd tijdens het bewerken. Alleen één bestand bleef intact, een audioclip met niets dan het vage geluid van gegiechel… en een enkel woord gefluisterd in het Spaans. “Gracias.”
De pop die leeft
Van alle poppen op het eiland is er één die speciale aandacht krijgt: Agustina. Don Julián geloofde dat Agustina leefde, dat zij tegen hem sprak, dat zij zijn beschermster was. Vandaag zit ze in een soort altaar bij de ingang van het eiland, omringd door offers – snoep, bloemen, munten en kleine speeltjes. Bezoekers laten deze giften achter in de hoop op haar zegen… of haar genade.
Er is een strikte regel die bezoekers krijgen van de gidsen: respecteer Agustina. Beledig haar niet. Raak haar niet aan zonder toestemming. Want Agustina, zo zeggen de verhalen, is niet alleen Don Julián’s beschermster. Ze is ook de bewaker van het eiland, degene die beslist wie welkom is en wie gevaar loopt.
Er is ook een andere pop die bijzondere aandacht trekt, een pop die vanuit Spanje naar het eiland werd gebracht. De eigenaar beweerde dat deze pop bezeten was, dat hij fluisterde, dat hij bewoog. Ze lieten hem achter op het eiland, hopend dat Don Julián’s verzameling hem zou neutraliseren. Maar in plaats daarvan, zo gaat het verhaal, bracht de aanwezigheid van deze pop iets ergers. Bezoekers die te dichtbij komen rapporteren een intens gevoel van dreiging, van kwaadaardigheid die afstraalt van de pop zoals hitte van een kachel.
Lokale bewoners waarschuwen dan ook: breng altijd een offer als je het eiland bezoekt. Snoep is goed. Een kleine pop is beter. Want degenen die komen zonder geschenk, die de poppen bespotten of niet respecteren, lopen gevaar. Sommigen rapporteren nachtmerries in de nachten na hun bezoek. Anderen voelen paranoia, het gevoel dat iets hen naar huis is gevolgd. Er zijn zelfs verhalen van ongelukken en sterfte die mensen troffen die de poppen hadden beledigd.
Een vrouw beweerde dat toen ze foto’s maakte op het eiland, ze een kinderstem hoorde zeggen: “Waarom nam je mijn pop?” Later, toen ze haar tas controleerde, zat er een natte, modderige pop in – een die ze nooit eerder had gezien. Een andere toerist viel flauw nadat ze kleine handen aan haar jurk voelde trekken terwijl ze tussen de bomen liep. Toen ze wakker werd, was haar camera weg, om later teruggevonden te worden met alle foto’s gewist… behalve één. Een close-up van haar eigen doodsbange gezicht, genomen van achteren.
Tv-shows ontdekken het eiland
De internationale bekendheid van La Isla de las Muñecas explodeerde toen televisieproducenten het eiland ontdekten.
In 2020 wijdde “Expedition X” een aflevering aan het eiland. Het team van Jessica Chobot (paranormaal onderzoeker) en Phil Torres (wetenschapper) werd vergezeld door Jason Hawes van Ghost Hunters, terwijl ze een nacht doorbrachten tussen de poppen. Tijdens hun onderzoek testte Phil eerst de gasniveaus op het eiland, in de hoop een wetenschappelijke verklaring te vinden voor de hallucinaties. Hoewel ze verhoogd waren, waren ze niet hoog genoeg om de gerapporteerde ervaringen te verklaren. Jessica ging ondertussen in de hut zitten waar de allereerste pop was opgehangen om te zien of haar aanwezigheid paranormale activiteit zou triggeren. Het team kampte met storingen van de camera’s en emotionele spanningen, maar wist toch verontrustend bewijsmateriaal vast te leggen. Na afloop van de opnames ontdekten ze bij het bekijken van het materiaal flikkerende lichten, tikkende geluiden en andere onverklaarbare geluiden over het hele eiland.
Amazon Prime’s show “Lore” behandelde het eiland in een aflevering die de grens tussen documentaire en horror vervaagde. “BuzzFeed Unsolved” bezocht het eveneens, met co-host Shane Madej – normaal een fervent scepticus van het paranormale – die grappend beweerde dat hij de legendes over het eiland geloofde. Het was bedoeld als humor, maar zijn ongemak was zichtbaar.
Sam and Colby, populaire paranormale onderzoekers op YouTube, bezochten het eiland en probeerden een ritueel uit te voeren waarbij ze Agustina om bescherming vroegen. Tijdens de video beweren ze dat La Llorona – een andere Mexicaanse geest die door de kanalen zwerft, huilend om haar verdronken kinderen – zich bij hen had gevoegd, samen met de geest van Don Julián zelf.
In 2025 gebruikte Tim Burton het eiland als locatie voor Lady Gaga’s muziekvideo “The Dead Dance”, een visueel verbluffend maar griezelig stuk dat de poppen toonde in al hun vervallen glorie.
Deze media-aandacht heeft het eiland getransformeerd van een lokale curiositeit tot een internationale toeristische attractie. Jaarlijks bezoeken duizenden mensen La Isla de las Muñecas, velen als onderdeel van een vierdaagse boottocht die $75 kost (68,25 euro) en ook andere bezienswaardigheden in Xochimilco omvat.
Guinness World Records voor de grootste verzameling
In 2022 erkende Guinness World Records La Isla de las Muñecas officieel als de plek met ’s werelds grootste verzameling spookachtige poppen. De formulering is belangrijk: niet gewoon poppen, maar “haunted dolls” – spookachtige poppen.
Craig Glenday, hoofdredacteur van Guinness World Records, zei: “Het is natuurlijk onmogelijk te bewijzen of de poppen zelf spookachtig zijn. We zeggen niet dat geesten per se echt zijn en dat ze deze plastic lichamen bezitten, maar als zogenaamde spookachtige poppen is dit zeker de grootste verzameling die we ooit hebben gezien.”
De erkenning bracht nog meer bezoekers, nog meer media-aandacht. Maar het veranderde ook iets aan hoe het eiland werd gezien. Dit was niet langer alleen een vreemde attractie of een lokale legende. Het was nu officieel, gedocumenteerd en erkend als iets bijzonders, ook al kon niemand precies zeggen wat dat “bijzondere” was.

Wat is waar?
De grootste vraag rond La Isla de las Muñecas blijft: bestond het meisje echt? Don Julián’s eigen familie geloofde hem niet. Zijn verwanten zeiden dat hij het verhaal had verzonnen door zijn isolatie, of dat hij het zich had verbeeld. Ze beweerden dat zijn geestelijke gezondheid, die daarvoor al niet stabiel was, was verslechterd door zijn eenzame bestaan.
Er zijn geen officiële rapporten van een verdronken meisje in de jaren vijftig bij dat specifieke eiland. Geen politierapporten, krantenartikelen of graf, maar dat betekent niet per se dat het niet gebeurde. Xochimilco is groot, met honderden kanalen en eilanden. Een verdronken kind uit een arme familie zou misschien niet in officiële rapporten zijn terechtgekomen, vooral niet in de jaren vijftig.
En zelfs als het meisje niet bestond – zelfs als Don Julián het zich verbeeldde of loog – verandert dat niets aan wat hij deed. Hij wijdde vijftig jaar van zijn leven aan deze obsessie. Hij stierf op precies de plek waar hij zei dat hij het meisje had gevonden. Dat is een feit. En die symmetrie, die perfecte cirkel van zijn leven, is moeilijk te negeren.
Wat de paranormale activiteit betreft: sceptici wijzen op de kracht van suggestie. Het eiland ziet er eng uit, dus verwachten mensen dat het eng is. Hun hersenen interpreteren normale geluiden als fluisteringen, normale bewegingen als bovennatuurlijk. Pareidolia – het vermogen van de menselijke geest om patronen te zien waar geen patronen zijn – verklaart waarom mensen gezichten zien bewegen of ogen die ze volgen, net als bij bepaalde schilderijen.
Maar er zijn ook details die moeilijker te verklaren zijn. Denk hierbij aan de consistentie van de rapporten, het feit dat zelfs sceptici zich ongemakkelijk voelen, de audio-opnamen met stemmen die er niet zouden moeten zijn en de voorwerpen die bewegen op camera.
Het eiland vandaag de dag
Vandaag de dag is La Isla de las Muñecas een vreemde mix van een toeristische attractie en een heiligdom. Het eiland bevat drie hutten, waaronder de originele hut waar Don Julián sliep, en wat nu een soort museum is met krantenartikelen over hem en het eiland. Agustina is daar ook, achter glas maar nog steeds omringd door offers.
Bezoekers worden aangemoedigd om hun eigen poppen mee te brengen en toe te voegen aan de verzameling. Sommigen doen dit. Anderen durven niet, bang voor wat het zou betekenen om hun eigen offer achter te laten op dit vreemde, verontrustende eiland.
Lokale bewoners blijven het eiland vermijden, vooral na zonsondergang. Want terwijl toeristen het overdag bezoeken voor de sensatie, verhalen en de foto’s, zijn de nachten anders. Dat is wanneer, zo zeggen de verhalen, de poppen echt tot leven komen. Wanneer ze fluisteren, bewegen en wachten op degenen die dom of dapper genoeg zijn om te blijven.
Er is een verhaal dat vaak wordt verteld door gidsen, een waarschuwing voor degenen die te ver gaan. Een man bezocht het eiland jaren geleden, lachend om de verhalen, en die de poppen bespotte. Hij greep een van hen en gooide hem in het water, schreeuwend dat het allemaal onzin was.
Die nacht, thuis in Mexico-Stad, hoorde hij gekrab aan zijn raam. Toen hij keek, zag hij een gezicht van een kind, bleek en nat, dat naar binnen staarde. De volgende ochtend was de pop die hij in het water had gegooid terug op het eiland, waar hij weer aan zijn gebruikelijke boom hing alsof hij nooit was verplaatst.
De man keerde terug naar het eiland, dit keer met een offer en met excuses. Maar de verhalen zeggen dat hij nooit meer helemaal hetzelfde was, dat iets in hem was veranderd, dat hij ’s nachts nog steeds het gezichtje ziet wanneer hij probeert te slapen.
Waar of niet waar, het verhaal dient zijn doel: het herinnert bezoekers eraan dat dit geen pretpark is, geen attractie die gebouwd is voor entertainment. Dit is een plek die ontstond uit verdriet, uit obsessie, uit een vijftig jaar durende poging om vrede te vinden met iets dat Don niet kon redden.
De poppen blijven wachten
Vandaag, meer dan twintig jaar na Don Julián’s dood, blijven de poppen hangen. Nieuwe worden toegevoegd, oude vervallen langzaam tot stoffige spoken van wat ze ooit waren. En het eiland blijft zijn reputatie vasthouden als een van de engste plekken op aarde.
Misschien zijn de poppen bezeten door de geest van een verdronken meisje. Misschien door de geest van Don Julián zelf, nog steeds wachtend, nog steeds hopend op vergeving. Of misschien zijn het alleen maar poppen, maar opgehangen op een plek met zoveel geschiedenis en emotie, dat ze iets hebben geabsorbeerd van de duisternis die hen omringt.
Uiteindelijk maakt het niet uit of de poppen echt bewegen of alleen lijken te bewegen. Het maakt niet uit of de fluisteringen echt zijn of verbeelding. Wat ertoe doet is dat als je op dat eiland staat, omringd door duizenden lege ogen en stille gezichten, je iets voelt. Iets dat niet past bij de felle middagzon of de vrolijke muziek van voorbijvarende trajineras. Het is iets ouds en triest en mogelijk kwaadaardig.
Als je voorzichtig luistert, zul je het misschien horen. Dat zachte gefluister dat door de bomen drijft, de stem van een meisje dat roept om haar pop. Of Don Julián die nog steeds spreekt tegen zijn verzameling. Of het is iets anders, iets dat daar al was voordat de eerste pop werd opgehangen en er nog steeds zal zijn, lang nadat de laatste is vergaan.
La Isla de las Muñecas wacht. Zoals het altijd heeft gewacht.
En de poppen… blijven kijken.
