
Er zijn mensen die op vrijdagavond hun rugzak pakken, een thermoskan vullen, en de duisternis in rijden richting een bos waar iets zou zijn gezien. Niet een beer of een hert, maar iets groters. Iets wat zich al decennialang onttrekt aan bewijs, aan wetenschap, aan elke poging tot definitieve bevestiging. Ze noemen het Bigfoot of Sasquatch. En de mensen die ernaar zoeken? Die worden uitgelachen.
Maar lach nog even niet.
Stel je voor: je rijdt ’s nachts over een verlaten bosweg in het noorden van Californië. Ineens zie je het. Iets groots. Iets wat op twee benen loopt. Iets wat niet past in enige categorie die je kent. Je rijdt door, trillend, en vraagt jezelf af wat je net zag.
En dan? Je zwijgt. Want wie gaat je geloven?
Dit is het verhaal van tienduizenden mensen in Noord-Amerika. Ze zagen iets wat ze niet konden verklaren, en ze hielden hun mond. Uit angst voor hun baan. Uit angst voor hun reputatie. Uit angst voor de blik van hun partner, hun vrienden, hun collega’s.
De enkeling die wel praat, betaalt soms een prijs. Cliff Barackman, een van de bekendste Bigfoot-onderzoekers ter wereld, verloor zijn huwelijk mede door zijn onderzoek. Zijn ex-vrouw staat in zijn eigen woorden bekend als “an ex-wife because of Bigfooting”. En toch komen de mensen naar Barackman toe. In zijn museum in Boring, Oregon, lopen dagelijks mensen naar binnen die iets zagen – soms tientallen jaren geleden – en het nu pas durven te vertellen. Een man van bijna twee meter brak in tranen uit. Niet omdat hij bang was, maar omdat hij eindelijk iemand had gevonden die hem niet uitlachte.
Dit is de wereld van de BFRO en het is een stuk minder gek dan je denkt.
De organisatie die het serieus nam
In 1995 richtte Matt Moneymaker de BFRO op – de Bigfoot Field Researchers Organization. Niet vanuit een caravan met aluminiumfolie op de ramen, maar als een poging tot echte, gedocumenteerde wetenschap. De BFRO is inmiddels de oudste en grootste organisatie van haar soort: een netwerk van wetenschappers, journalisten en specialisten met uiteenlopende achtergronden, allemaal vrijwilliger, allemaal gedreven door dezelfde vraag.
Moneymaker zelf raakte overtuigd na een eigen ontmoeting in Ohio in 1994. Of je dat gelooft of niet, het zette hem aan tot iets wat je niet van een “gek” verwacht: hij bouwde een systeem. De BFRO verzamelt, onderzoekt en verifieert getuigenverslagen via een netwerk van vrijwilligers door heel Noord-Amerika, en categoriseert meldingen in klassen A, B of C, afhankelijk van de kans op misidentificatie.
Klasse A: directe waarneming, dichtbij, weinig twijfel mogelijk. Klasse B: geluiden, voetstappen, iets in de verte. Klasse C: tweedehands verhalen.
Het is, hoe je het ook wendt of keert, een methodologie. Meldingen worden altijd opgevolgd met een telefonisch interview, of waar mogelijk een bezoek aan de locatie samen met de getuige. Er wordt niet zomaar iets gepubliceerd.
Dat klinkt misschien als weinig, totdat je beseft dat de BFRO inmiddels meer dan 10.000 gedocumenteerde meldingen heeft en dat achter elk rapport een mens staat die iets zag wat diegene niet kon verklaren.
Finding Bigfoot: de wereld leert de BFRO kennen
De meeste mensen hoorden pas van de BFRO toen Animal Planet in 2011 een programma lanceerde dat de organisatie voorgoed op de kaart zette: Finding Bigfoot. Tien seizoenen lang, honderd afleveringen, uitgezonden in tientallen landen. Het werd een van Animal Planet’s best bekeken series en het introduceerde een heel nieuw vocabulaire in de populaire cultuur. Onderzoeken werden squatchin’, gebieden werden squatchy, en Washington State werd door het team omgedoopt tot “de squatchiest staat van Amerika”.
Het vaste team bestond uit vier mensen die elk een totaal ander perspectief meebrachten.
Matt Moneymaker, oprichter en president van de BFRO, was de drijvende kracht. Zijn naam alleen al wekt argwaan bij sceptici, maar zijn organisatorische werk is onomstreden. Hij bouwde in dertig jaar een onderzoeksnetwerk op dat zijn weerga niet kent in de cryptozoölogie (de studie van en zoektocht naar dieren waarvan het bestaan niet wetenschappelijk is bewezen, vaak gebaseerd op folklore, ooggetuigenverslagen of geruchten).
Cliff Barackman is degene die de bewijzen analyseert en daardoor een onmisbaar lid voor het team. Hij is een jazzgitarist, voormalig leraar, biologiestudent, en iemand die meer dan 200 dagen per jaar in het veld doorbrengt. Barackman staat bekend om zijn methodische aanpak: hij analyseert afdrukken, haarmonsters en audio-opnamen met de nauwkeurigheid van een wetenschapper. In 2019 opende hij het North American Bigfoot Center in Boring, Oregon – een museum en onderzoekscentrum dat zijn levenswerk samenvat.
James “Bobo” Fay is de man die al “whoopend” door het bos loopt. In het dagelijks leven is hij een commercieel visser uit Eureka, Californië, en al zijn hele leven geobsedeerd door Bigfoot. Hij neemt bijbaantjes aan die hem dicht bij de natuur houden, verzamelt lokale meldingen via zijn netwerk van vrienden en informanten door heel Amerika, en staat erop dat zijn methode werkt: het imiteren van Bigfoot-vocalisaties in het donker. Hij wordt op YouTube bespot. Hij trekt zich er niets van aan. Na Finding Bigfoot startte hij “Bobo’s Bigfoot Tours”, voor wie zelf het bos in wil.
Ranae Holland is het meest fascinerende teamlid van allemaal. Ze is een veldbiologe, opgegroeid in South Dakota, en afgestudeerd in aquatische biologie aan de Universiteit van Washington. Ze is geen lid van de BFRO. Ze gelooft niet in Bigfoot. Maar ze ging toch mee, tien seizoenen lang, omdat ze de wetenschap, de wildernis en de mensen die iets hadden gezien te interessant vond om thuis te blijven. Haar aanwezigheid in het team geeft Finding Bigfoot iets wat de meeste cryptozoölogische tv-series missen: een stem die vragen stelt, die nooit overtuigd raakt en toch blijft.
Samen lanceerden ze na afloop van de serie de podcast Bigfoot & Beyond with Cliff & Bobo, die inmiddels honderden afleveringen telt en wekelijks nieuwe getuigen en wetenschappers ontvangt.
De nieuwe generatie: camera in hand, laarzen in de modder
Finding Bigfoot eindigde in 2018, maar het zaadje was geplant. Een nieuwe generatie onderzoekers trok het bos in. Niet met tv-budgetten, maar met eigen camera’s, podcasts en YouTube-kanalen.
Een van de meest opvallende is Aleksandar Petakov, een documentairemaker uit New Hampshire die in 1993 werd geboren in Zuid-Afrika, opgroeide in de voormalige Joegoslavische diaspora, en zijn BA behaalde aan de Quinnipiac University. Hij werkt als filmmaker voor Small Town Monsters, een productiebedrijf gespecialiseerd in cryptozoölogische documentaires. Zijn reeks Bigfoot: Beyond the Trail heeft inmiddels meer dan 18 miljoen views.
Petakov staat bekend om zijn nuchtere aanpak en zijn oog voor de prachtige natuur om hem heen. Toch is dat niet het enige dat hem onderscheidt. Hij doet niet aan sensationaliseren, trekt geen conclusies die het bewijs niet rechtvaardigen, en werkt nauw samen met lokale onderzoekers die hij via sociale media opzoekt voordat hij een regio bezoekt.
In zijn thuisstaat New Hampshire heeft hij meer dan vijftig Bigfoot-meldingen gedocumenteerd. Hij werkt samen met wetenschappers die liever anoniem blijven – genetici, biologen – en die veldmateriaal voor hem analyseren zonder hun naam aan de zaak te verbinden.
“Het is niet onze taak om te zeggen dat het wel of niet is gebeurd,” zei Petakov over getuigenverslagen. “Maar als je de patronen bij elkaar legt, begin je iets te zien.”
Dat is misschien wel de kern van wat deze nieuwe generatie onderscheidt van de generatie voor hen: minder theater, meer data.
De wetenschapper die alles riskeerde
Geen verhaal over de BFRO en haar omgeving is compleet zonder de naam Dr. Jeff Meldrum. Helaas met extra gewicht, want Meldrum overleed in september 2025 aan hersenkanker. Hij was 67 jaar oud.
Meldrum was hoogleraar anatomie en antropologie aan Idaho State University, gepromoveerd in anatomische wetenschappen aan de Stony Brook University. Een echte academicus, met tientallen publicaties in peer-reviewed tijdschriften over menselijke voortbeweging en primaten locomotie. Jane Goodall schreef een aanbeveling op zijn boek Sasquatch: Legend Meets Science – een boek dat zowel bejubeld als fel bekritiseerd werd.
“Jeff Meldrums boek ‘Sasquatch: Legend Meets Science’ brengt een broodnodige wetenschappelijke analyse naar het Sasquatch – of Bigfoot – debat. Bestaat Sasquatch? Er zijn talloze mensen, met name inheemse volkeren, in verschillende delen van Amerika die beweren zo’n wezen te hebben gezien. En in vele delen van de wereld ontmoet ik mensen die mij, op een heel vanzelfsprekende manier, vertellen over hun ontmoetingen met grote, rechtoplopende, staartloze hominiden. Ik denk dat ik elk artikel en elk boek over deze wezens heb gelezen, en hoewel de meeste wetenschappers niet tevreden zijn met het bestaande bewijs, heb ik een open geest,” aldus Goodall over het boek van Meldrum.
Zijn interesse in Bigfoot begon in 1996, toen hij in Washington een rij voetstappen van 38 centimeter onderzocht die hij aanvankelijk als een hoax wilde afdoen. Maar de anatomische details – gesloten gewrichten, een smalle voetboog – lieten hem niet los. Zijn laboratorium groeide uit tot een archief van meer dan 300 gietvormen van afdrukken die aan Sasquatch worden toegeschreven.
Zijn collega’s waren niet blij. Sommigen tekenden een brief bij de universiteit om zijn werk te veroordelen en hem weg te krijgen. Een fysicaprofessor vroeg openlijk of Meldrum ook van plan was de Kerstman te bestuderen. Maar de universiteit steunde hem. “Hij is een volwaardige wetenschapper,” zei de decaan van zijn faculteit.
Meldrum pareerde die spanning met wat mensen om hem heen beschreven als integriteit: hij bleef toepassen wat hij wist – primatologie, voetmorfologie, biomechanica – op een vraag die de meeste wetenschappers liever negeerden. Of hij gelijk had, weten we nog niet. Maar hij stelde de vragen die gesteld moesten worden.
De getuigen: wie valt door de mand, wie niet
De BFRO ontvangt duizenden meldingen. Die zijn niet allemaal even overtuigend, dat erkennen ze zelf ook. Sommige worden na onderzoek snel terzijde gelegd: wazige foto’s van beren die rechtop staan, geluidsopnamen van uilen of voetstappen die bij nader inzien van een mens blijken te zijn. Ook hoaxes komen voor.
Om te begrijpen hoe het allemaal begon, moeten we eerst terug naar de ochtend van 27 augustus 1958. Jerry Crew, een bestuurder van bulldozers bij een houtkapbedrijf in het noorden van Californië, klom op zijn machine op een bouwplaats langs Bluff Creek Road – een toegangsweg die werd gekapt. En daar zag hij ze: enorme voetafdrukken in de aangestampte aarde. Bijna 41 centimeter lang, 18 centimeter breed, en zo diep ingedrukt dat het duidelijk was dat er iets veel zwaarder dan een beer was langsgekomen.
Crew maakte gipsafgietsels van de afdrukken en meldde het aan zijn bazen. Het verhaal bereikte journalist Andrew Genzoli van de lokale Humboldt Times. Op 6 oktober 1958 verscheen zijn artikel op de voorpagina, met de naam waarmee het wezen voortaan de wereld zou veroveren: Bigfoot. Het artikel werd opgepikt door de Associated Press en verscheen in de New York Times en de Los Angeles Times. Binnen weken bood het tv-quizprogramma Truth or Consequences – destijds gepresenteerd door Bob Barker – duizend dollar aan wie kon verklaren hoe de Bluff Creek-afdrukken waren gemaakt. Niemand won het geld.
Zo werd Bigfoot geboren. Niet in een dicht woud, maar op een voorpagina.
En meteen rees de vraag die sindsdien nooit is opgehouden: was het echt, of was het een grap?
Veel mensen wezen al snel naar één man: Ray Wallace. Hij was de broer van Wilbur “Shorty” Wallace – Crew’s directe baas – en mede-eigenaar van het bouwbedrijf dat de weg aanlegde. Ray stond in de regio bekend als een notoire grappenmaker en verhalenverteller. Lokale bewoners wezen al naar hem voordat de inkt van het krantenartikel droog was. Wallace zelf ontkende alles, dreigde zelfs met een smaadklacht, en beweerde dat de afdrukken gewoon berensporen waren.
De beruchte Ray Wallace is een goed voorbeeld van hoe ingewikkeld dit soort verhalen kunnen zijn. Wallace was een bekende grappenmaker en hij heeft zeker nep-sporen gemaakt en Bigfoot-foto’s gefabriceerd. Dat staat inmiddels vast, ondanks zijn eerste ontkenning. Maar na zijn dood in 2002 beweerde zijn familie iets veel groters: dat Wallace eigenhandig het hele Bigfoot-fenomeen had uitgevonden, en dat de beroemde voetafdrukken gevonden in Bluff Creek in 1958 – die voor het eerst de term “Bigfoot” in de krant brachten – zijn werk waren.
Het probleem? Geen van de houten stempels die zijn familie toonde komt overeen met de afdruk die arbeider Jerry Crew destijds vond. De maten kloppen simpelweg niet. En Ed Schillinger, de enige nog levende getuige van het werk op die bouwplaats, betwist de claims van de familie ten stelligste. Cryptozooloog Loren Coleman zei het treffend: “Mensen stellen claims over hoaxes zelden zo kritisch ter discussie als ze beweringen over Bigfoot zelf ter discussie stellen.”
Meldrum zelf wees erop dat Wallace weliswaar een deel van het bewijs had gefabriceerd, maar dat dit onmogelijk de honderden meldingen elders in Noord-Amerika kon verklaren. Het zijn meldingen die al lang vóór Wallace bestonden, en die ver buiten zijn bereik lagen. De BFRO onderzocht het verhaal zorgvuldig, trok haar conclusies en ging verder.
De BFRO concludeerde namelijk dat Wallace weliswaar een hoaxer was, maar dat zijn claims over de Bluff Creek-afdrukken van 1958 niet klopten en dat het bewijs voor Sasquatch door zijn onthulling daarom niet onderuit werd gehaald.
Er zijn ook getuigen die door de mand vallen op een heel andere manier: ze zijn te geloofwaardig om weg te wuiven. Politieagenten die iets zagen tijdens een nachtelijke patrouille. Bosbouwers die al dertig jaar in de wildernis werken. Mensen die niets te winnen hebben bij hun verklaring – geen boek of YouTube-kanaal en zeker geen aandacht, eerder ongewenste – en die toch bellen.
Crystal Panek, veldonderzoeker voor de BFRO in New Hampshire, schat dat 95 procent van de mensen die een ontmoeting hebben gehad dit nooit rapporteert uit angst om uitgelachen te worden. “Ze zijn bang dat mensen zeggen dat ze gek zijn.”
Dat is misschien wel de stille tragedie van dit hele veld: de geloofwaardige getuigen zwijgen, en de luidruchtige hoaxers vullen het vacuüm.
Het bewijs dat niet verdwijnt
Vrijwel iedereen kent de Patterson-Gimlin film. Zevenenvijftig jaar oud. Negenenvijftig seconden. Gefilmd op 20 oktober 1967 in Bluff Creek, Californië, door Roger Patterson en Bob Gimlin. Het toont een groot, harig wezen dat langs een rivierbedding loopt, even omkijkt naar de camera – frame 352, inmiddels legendarisch – en dan in het bos verdwijnt.
Ondanks decennia van analyse door wetenschappers, film experts, technologen en Hollywood-kostuumontwerpers is de film nooit definitief ontkracht. Dat is op zichzelf al opmerkelijk. Bijna zes decennia, en het antwoord blijft: we weten het niet.
Maar in maart 2026 viel er een bom. Op het SXSW filmfestival ging de documentaire Capturing Bigfoot in première, die op basis van nieuw materiaal stelt dat de Patterson-Gimlin film hoogstwaarschijnlijk een door Patterson georkestreerde hoax was. De Bigfoot-gemeenschap reageerde verdeeld. Sommigen accepteerden het. Anderen wezen het van de hand. Bob Gimlin, nu in de negentig, zweeg.
Het is precies hoe het altijd gaat in deze wereld. Bewijs dat overtuigt. Bewijs dat volgens sommigen wordt ontkracht. En daartussenin: mensen die blijven zoeken.
Wat ze eigenlijk zoeken
Als je goed kijkt naar de mensen van de BFRO – niet naar de karikaturen die televisie van hen maakt, maar naar de mensen zelf – zie je iets wat moeilijk te benoemen is maar makkelijk te herkennen.
Cliff Barackman wil geen Sasquatch vangen. Hij wil ze filmen, en wil dat mensen compassie ontwikkelen voor wat hij beschouwt als een medesoort. Hij praat over ze als over dieren die bescherming verdienen.
Bobo loopt al jaren door bossen, roept in het donker en luistert. Hij heeft vrienden gemaakt in gemeenschappen door heel Amerika. Hij kent de namen van de kinderen van zijn informanten.
Petakov rijdt door heel Amerika en Canada, zoekt lokale onderzoekers op via Instagram, slaapt in een tent en luistert of hij iets hoort.
En Meldrum zette zijn academische reputatie op het spel voor een vraag die hij niet kon loslaten en hield tot het einde vol.
Dit is geen groep van verwarde mensen. Dit is een groep mensen die een manier hebben gevonden om volledig aanwezig te zijn in de wereld. In de natuur. In het mysterie. In de verwondering.
De echte boodschap
Er is iets wat het mainstream commentaar op de BFRO altijd mist. Het gaat er niet om of Bigfoot bestaat. Het gaat erom wat er gebeurt met mensen die blijven zoeken naar iets wat ze misschien nooit zullen vinden en die dat niet erg vinden.
Bobo, die whoopend door het bos rent om een wezen te lokken dat misschien niet bestaat, heeft een leven vol natuur, vriendschap, avontuur en verwondering. Cliff, die 200 dagen per jaar buiten doorbrengt, heeft een leven waarvan de meeste kantoorwerkers alleen maar kunnen dromen. Ranae, die als scepticus meegaat, heeft haar wetenschappelijke nieuwsgierigheid omgezet in het meest ongewone veldwerk en daardoor haar blik verruimd. Petakov rijdt van New Hampshire naar Alaska en filmt mensen die iets zagen. Hij neemt ze serieus.
Ze worden stuk voor stuk uitgelachen door mensen die thuis op de bank zitten, maar misschien kijken zij de verkeerde kant op.
De BFRO heeft Bigfoot nog niet gevonden. Maar ze hebben wel iets anders gevonden, iets wat misschien moeilijker te vinden is. Een leven dat gedreven wordt door verwondering. Door een vraag. Door het bos in het donker, een thermoskan in de hand, en het gevoel dat de wereld groter is dan we denken te weten.
En eerlijk gezegd: wie wil er nou gelijk hebben als je ook gewoon kunt squatchen?
Wil je nog verder de bossen in? Mijn boek Sasquatch is verkrijgbaar als paperback en ebook bij alle online boekhandels. Want eerlijk gezegd houdt dit verhaal nooit echt op en is dit artikel maar een kleine weergave van een wereld vol verwondering.

