Er zijn momenten waarop het leven je voor schijnbaar tegenstrijdige keuzes plaatst. Momenten waarop wat je wilt doen en wat de wereld om je heen doet, lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan. Ik zit midden in zo’n moment, en ik wil het graag met jullie delen.

Net nu ik had besloten om mijn site volledig om te gooien, het journalistieke werk op een laag pitje te zetten en me helemaal over te geven aan het schrijven van mijn boeken, staat de wereld op een kantelpunt. En niet zomaar een kantelpunt – het is er een dat raakt aan precies dat deel van de wereld waar mijn verhalen zich afspelen. Amerika. Het land dat door mijn boeken heen verweven zit, waar ik onverklaarbare gebeurtenissen onderzoek en waar ik de afgelopen tijd zoveel ruimte aan heb gegeven in mijn werk.

Het is niet zo dat de situatie nu voor mij uit de lucht komt vallen. Ik vergeet de NAVO-top nooit meer, waarover ik destijds ook schreef. Wat ik daar zag was verbijsterend. Trump maakte mijn beroepsgroep – journalisten – volledig belachelijk. Hij maakte opmerkingen die niet alleen kleinerend waren, maar die mensen ook monddood maakten. Kritische geluiden werden op die manier een soort karikatuur, iets waar je om kon lachen in plaats van serieus te nemen. Maar wat me het meest raakte was dat collega’s, in plaats van daar iets van te zeggen, hard moesten lachen op het moment dat hun collega, en dus feitelijk hun hele beroep, met de grond gelijk werd gemaakt.

Dat was het moment waarop ik iets zag dat me door en door verontrustte. Niet alleen die lach, maar ook hoe andere wereldleiders hem behandelden. Vergeet vooral het “daddy” van Rutte niet. Niemand legde hem een strobreed in de weg. Je zag daar een uiterst gevaarlijke dynamiek aan het werk – een dynamiek van normaliseren, van meegaan in plaats van tegenwicht bieden. En ik zag iets wat ik vaker heb gezien bij bepaalde mensen. Ken je de tv-serie Grimm? Rechercheur Nick Burkhardt ontdekt dat hij ineens kan zien wat er werkelijk in mensen leeft – hun ware aard, zogezegd. In de serie gaat het weliswaar om sprookjesfiguren, zowel zeer kwaadaardige als goede, maar ik herken dat vermogen. Niet dat ik monsters zie, maar ik zie wel vaak welke energie mensen bij zich dragen. Welke intenties er achter hun woorden zitten. En wat ik bij Trump zag, daar schrok ik me wezenloos van.

We weten allemaal hoe het er nu aan toe gaat. We weten vandaag allemaal hoe het ervoor staat. Als zelfs de hoofdredactrice van Nu.nl een stuk schrijft over hoe gevaarlijk dit is, en hoe ze daar als journalistiek voortaan mee omgaan – iets te laat misschien, maar beter laat dan nooit – dan weet je dat het echt foute boel is. Ik zal jullie zondag niet zwaarder maken met een betoog over waar we nu precies mee te maken hebben. Het punt is dat ik zelf nu ook voor een dilemma sta.

Zoals gezegd spelen mijn boeken zich voornamelijk in Amerika af. Sterker nog, binnenkort komt er nog een boek uit over onverklaarbare gebeurtenissen in de Pacific Northwest, en ben ik momenteel bezig met weer een ander deel van dat land. Het voelt daarom enorm dubbel. De vraag die ik mezelf stel is deze: ga ik stoppen met schrijven over Amerika vanwege wat Trump nu wereldwijd doet, zelfs met zijn eigen mensen? Of blijf ik iemand die zich richt op de mooie kanten van het leven, en dus niet meedoet aan het boycotten en uitsluiten?

Ik ben als kind al iemand geweest die een mooie wereld voor zich zag. Eentje waarin macht niet draait om dominantie, maar om verantwoordelijkheid. Waarin macht betekent dat je ervoor zorgt dat de hele wereld het goed heeft. Dat je als machthebber wereldwijde vrede wilt bewerkstelligen en grondstoffen eerlijk verdeelt, zodat iedereen op aarde het goed heeft. Misschien is dat naïef. Maar ik weiger dat wereldbeeld op te geven. Ik weiger cynisch en hard te worden, juist omdat ik daar bij de wereldleiders van nu niets van zie. Ik weiger mee te doen in hun retoriek van verdeeldheid, van ons tegen hen, van macht als wapen in plaats van als middel om te zorgen.

Dat is ook waarom ik zo graag schrijf over de verhalen die ik schrijf. Over de plekken waar het mysterie en de schoonheid van het leven gewoon blijven bestaan, los van alle chaos. Over onverklaarbare gebeurtenissen die ons herinneren aan hoe klein we eigenlijk zijn, en hoe weinig we echt begrijpen van deze wereld. Die verhalen voelen als een tegenwicht tegen alle bombarie, tegen alle macht en geweld. Ze houden me verbonden met dat wereldbeeld dat ik niet wil loslaten.

Natuurlijk heeft Nederland ook verhalen. Daar was ik zelfs aan begonnen. Maar die draaien voornamelijk om geesten en daar blijf ik ver van weg. Toen ik in onze geschiedenis dook, en waar zelfs onze krachtplekken op gebaseerd zijn, werd ik zo depressief dat ik dit project even in de koelkast heb gelegd. Dus nu zit ik met de vraag: wat te doen? Gewoon dwars ingaan tegen de nu heersende orde en blijven schrijven over Amerika? Of me toch op een ander deel van de wereld richten?

Want hier zit mijn worsteling: ik wil mijn verantwoordelijkheid als mens niet verliezen, mijn moreel kompas niet kwijtraken. Maar ik wil ook niet dat alle aandacht nu alleen gericht is op die ene persoon die zich God waant, omdat niemand hem tegenhoudt. Die zichzelf overduidelijk als de leider van de wereld ziet. Ik wil niet overkomen als iemand die dat goedpraat, want dat is het laatste wat ik doe. En tegelijkertijd denk ik: als ik nu stop met schrijven over Amerika, over de verhalen die daar leven, over de plekken die me raken en fascineren – geef ik hem dan niet alsnog de macht om te bepalen waar mijn aandacht naartoe gaat? Laat ik me dan niet toch door hem dicteren wat ik wel en niet mag vertellen?

Misschien is dit wel precies waarom ik nu juist door moet gaan. Niet om politieke statements te maken, maar om te laten zien dat er meer is. Dat er verhalen zijn die groter zijn dan machtsstrijd en verdeeldheid. Dat er plekken zijn waar het mysterie en de schoonheid van het leven gewoon blijven bestaan, ongeacht wie er in het Witte Huis zit. Dat mensen meer zijn dan de leiders die ze krijgen opgedrongen (vooral de mensen die niet op hem gestemd hebben).

Tot die tijd doe ik iets dat misschien wel niet eens werkt, maar het geeft me het gevoel dat ik toch iets probeer. Iedere avond, voor het slapengaan, visualiseer ik een koepel van licht om de aarde heen. Ik fantaseer dan over een wereld die het goed heeft. Waarin de mens weer dicht bij de natuur staat, bij zichzelf, en waarin iedereen het goed heeft. Waarin die negatieve energie die ik soms bij mensen zie, zoals bij Trump, langzaam oplost. Maar vooral een wereld waarin mensen weer zorgen voor elkaar, in plaats van lijnrecht tegenover elkaar te staan.

Ik weet niet of het iets uithaalt. Ik weet niet of energie werkt zoals ik denk dat het werkt. Maar ik weet wel dat het mij helpt om niet cynisch te worden, om niet mee te gaan in de wanhoop. Het houdt me verbonden met dat kind dat geloofde in een betere wereld. En soms denk ik: als we allemaal, ieder op onze eigen manier, vasthouden aan dat geloof – in verhalen, in visualisaties, in kleine daden van vriendelijkheid – dan is dat misschien wel het krachtigste verzet dat er is.