De eerste dagen na mijn vakantie voelen altijd als een soort tussenruimte. Alsof mijn hoofd alweer in het nieuws zit, terwijl mijn ziel nog elders zwerft. Gaza, femicide, klimaatdreiging. Elk bericht voelt als een klap in een maag die net weer ontspannen was. Het contrast tussen innerlijke rust en collectieve onrust is zo groot, dat ik even niets weet. Geen woorden, alleen het gevoel dat ik niet wil bijdragen aan meer ruis. Ik wil iets anders brengen. Iets dat tegenwicht biedt.
Maar wat? Wat is er tegenover zoveel geweld en verlies te zetten, zonder in naïviteit of cynisme te vervallen?

De oude wijsheid in nieuwe vormen
Ik merk dat ik op dat soort momenten de natuur opzoek. Niet als vlucht, maar als bron. Ik ga in de zee staan, voel het water om mijn benen, de kracht die groter is dan ikzelf. Ik loop kilometers door bossen en duinen, niet om te verdwalen, maar om me opnieuw te verbinden aan iets dat niet schreeuwt, maar ademt. Stil en krachtig tegelijk.
Onder mijn kussen ligt een edelsteen. Elke ochtend doe ik een simpele oefening om me te verbinden met de bron, dat diepe, stille weten onder alle ruis. Het zijn geen rituelen in de klassieke zin. Geen vaste vormen of symbolische handelingen. Het is eerder een levenshouding geworden. Een manier om te blijven voelen dat ik deel ben van iets groters.
En dat is misschien precies wat rituelen ook doen, in welke vorm dan ook. Ze herinneren ons eraan dat we niet losstaan. Dat we onderdeel zijn van de natuur, de tijd en elkaar. Rituelen zijn als onzichtbare draadjes die ons verbinden aan wie we waren, aan wie we missen en aan wie we willen zijn.

Archetypes als spiegels van de ziel
In de symboliek van vrouwelijke archetypes spelen zulke handelingen vaak een centrale rol. Deze oeroude figuren uit mythologie en folklore zijn geen stoffige relikwieën, maar levende patronen die zich steeds opnieuw manifesteren in ons collectieve bewustzijn.
Neem Demeter, de rouwende moeder die de hele wereld laat verdorren in haar verdriet om haar verloren dochter Persephone. Haar verhaal spreekt tot iedereen die verlies heeft gekend, die weet hoe rouw de wereld kan doen stilstaan. Maar Demeter leert ons ook over de kracht van volharding, over liefde die grenzen overschrijdt, zelfs die tussen leven en dood.
Dan is er Baubo, niet de simpele ritueelmeesteres zoals vaak wordt gedacht, maar de belichaming van schaamteloze authenticiteit. Wanneer Demeter in haar diepste verdriet verzonken is, is het Baubo die haar doet lachen, Dat doet ze niet door beleefde troostwoorden, maar door zich volledig, ongegeneerd te tonen met haar lichaam en haar aardse humor. Baubo representeert de kracht van het onverbloemde, het ongecensureerde menselijke. Ze herinnert ons eraan dat soms de meest helende daad is om jezelf volledig te laten zien, zonder maskers of excuses.
Persephone, koningin van zowel de bloeiende lente als de donkere onderwereld, toont ons hoe transformatie werkt. Haar cyclische reis tussen licht en donker weerspiegelt onze eigen spirituele seizoenen. Ze leert ons dat we niet kunnen hebben zonder te verliezen en niet kunnen groeien zonder door duisternis te gaan.
Hekate, de drievoudige godin van kruispunten en transformatie, staat daar waar keuzes gemaakt moeten worden. Met haar fakkel verlicht ze paden in het donker. Dat doet ze niet om de reis gemakkelijk te maken, maar om ons te helpen zien wat er werkelijk is. In tijden van crisis roepen we haar archetype aan: de wijze vrouw die weet dat doorgang door het onbekende de enige weg voorwaarts is.
En Brigid, de Keltische godin van vuur, smeedkunst en poëzie, die het creatieve vuur bewaakt. Zij toont ons hoe we van pijn kunst kunnen maken, van woede verandering, van liefde licht. In haar vuur worden zowel metaal als woorden gesmeed tot iets nieuws, iets dat dient.

De terugkeer van het ritualistische
Deze archetypes manifesteren zich vandaag in onverwachte vormen. Ik zie Baubo in mensen die kiezen voor authentieke verbinding boven sociale conformiteit. In hen die een steen onder hun kussen leggen, een oefening doen in de vroege ochtend, in hen die wandelen, ademen, aanwezig zijn. In jongeren die rituelen heruitvinden, zoals ademwerk, vollemaanceremonies, stiltewandelingen en vrouwencirkels waar verhalen gedeeld worden zoals eeuwen geleden rond kampvuren.
Ik herken Demeter in degenen die collectieve pijn durven voelen, die niet wegkijken van het lijden in de wereld, maar er betekenis in zoeken. Persephone in wie accepteert dat groei pijn doet, dat er seizoenen zijn waarin we ondergronds moeten gaan om later sterker terug te keren. Hekate in mensen die bereid zijn moeilijke keuzes te maken, die anderen helpen navigeren door donkere tijden. Brigid in kunstenaars, schrijvers en makers die van hun innerlijke vuur iets scheppen dat anderen verwarmt.
Je kunt er lacherig over doen. “New age onzin,” hoor ik mensen zeggen. “Escapisme.” Maar misschien zijn het juist deze nieuwe vormen die iets ouds weer wakker maken. Iets dat we kwijtraakten in onze gerationaliseerde, geïndividualiseerde wereld.

Het ritueel als tegengif
In een samenleving die vaak alleen nog functioneert via ratio, bewijs en snelheid, is het rituele traag en zintuiglijk. Het vraagt om aandacht, herhaling en soms stilte. En dus voelt het onhandig. Verdacht. Maar misschien is dat precies wat we nodig hebben.
Want waar de moderne wereld ons isoleert in onze eigen hoofden, verbindt ritueel ons weer met het lichaam. Waar algoritmes ons opsluiten in bubbels van bevestiging, opent ritueel ons voor het mysterie. Waar de nieuwscyclus ons overspoelt met informatie die we niet kunnen bevatten, biedt ritueel een vorm waarin het onzegbare toch wordt gezegd.
Het is geen vlucht van de werkelijkheid, maar een andere manier om erin te staan. Een manier die erkent dat we meer zijn dan wat we kunnen bewijzen of verklaren.

Kleine gebaren, grote betekenis
Wat kunnen we anders doen tegenover zoveel lijden, dan het onzegbare toch proberen te zeggen? In symbolen, gebaren, vormen? Het rituele leeft niet alleen in grote ceremonies, maar juist ook in de kleinste handelingen. Een bloem in een berm. Een hand op een schouder. Een lied in een vreemde taal. Het toestaan om even niets te begrijpen, maar wel iets te voelen.
Een kennis vertelde me hoe ze elke ochtend even haar hand op haar hart legt voordat ze opstaat. “Om te voelen dat ik er ben,” zei ze. “Om te onthouden dat dit hart heeft geklopt door alles heen.” Een andere kennis houdt elke nieuwjaar een ceremonie waarbij ze brieven aan het oude jaar begraaft en intenties voor het nieuwe op briefjes schrijft die ze in een pot bewaart. “Het voelt als magie,” zegt ze, en dan lacht ze. “Maar het werkt.”
Ik zie het in de trending hashtags van mensen die hun “ochtendrituelen” delen, niet uit ijdelheid maar uit oprechte behoefte aan verbinding met iets heiligs in het alledaagse. In de populariteit van meditatie-apps, astrologie en kruidengeneeskunde. In de opleving van oude tradities, zoals vrouwencirkels, zweethutten en seizoensvieringen.
Deze nieuwe ritualisten zijn geen ontsnapte hippies uit een ver verleden. Het zijn vaak hoogopgeleide, maatschappelijk bewuste mensen die voelen dat iets essentieels ontbreekt in ons gerationaliseerde bestaan. Ze zoeken naar manieren om weer heel te worden in een gefragmenteerde wereld.

De politiek van het persoonlijke ritueel
En misschien is dat wel inherent politiek. In een systeem dat onze aandacht wil monetariseren, is stilte een daad van verzet. In een cultuur die ons wil reduceren tot consumenten, is verbinding met de natuur een revolutionaire daad. In een wereld die ons wil laten geloven dat we machteloos zijn, is het creëren van persoonlijke betekenis een manier om macht terug te claimen.
De vrouwelijke archetypes leren ons dat transformatie begint in het persoonlijke, maar nooit daar eindigt. Demeter’s rouw bracht de goden ertoe de orde van de wereld te veranderen. Baubo’s lach doorprikt sociale hypocrisie. Brigid’s vuur smeedt niet alleen metaal, maar ook sociale verandering.

Een remedie voor de onrust
Ik wil daar meer over schrijven. Over die kleine gebaren die geen oplossing zijn, maar wel een remedie vormen. Over de betekenis van rituelen in tijden van rouw, strijd en vernieuwing. Niet als vlucht, maar als vorm van aanwezigheid. Als manier om mens te blijven, te midden van het onmenselijke.
Want misschien is dat wat we het meest nodig hebben: niet meer informatie, niet meer analyse, maar meer verbinding. Met onszelf, met elkaar, met de krachten die groter zijn dan wij. Verbinding die ons herinnert aan onze plaats in het grote verhaal, aan onze verantwoordelijkheid, aan onze mogelijkheden.
Ritueel creëert ruimte voor het paradoxale: dat we tegelijk nietig en betekenisvol zijn, kwetsbaar en krachtig, sterfelijk en onderdeel van iets eeuwigs. Het biedt ons vormen waarin we kunnen leven met onzekerheid, waarin we kunnen dragen wat te zwaar lijkt en waarin we kunnen blijven hopen zonder naïef te worden.

Een uitnodiging
Dus ik begin hier. Met een edelsteen onder mijn kussen. Met de zee. Met een oefening in de ochtend. En woorden die proberen te dragen wat eigenlijk te groot is.
Misschien herken je iets. Misschien heb jij ook een klein gebaar, oud of nieuw. Iets dat je helpt, niet om de wereld te vergeten, maar om erin te blijven staan. Een manier om je te verbinden met de archetypische krachten die door alle tijden heen mensen hebben geholpen om te gaan met verlies, transformatie en wedergeboorte.
Het hoeft niet groot of ingewikkeld te zijn. Het kan zo simpel zijn als een moment stilte voor je je telefoon pakt. Een dankjewel aan je lichaam voor alles wat het voor je doet. Een bewuste ademhaling bij het zien van slecht nieuws, om jezelf te herinneren dat je meer bent dan je angst.
Ik hoor het graag. Want in het delen van onze kleine rituelen, onze persoonlijke verbindingen met het heilige, weven we misschien wel het netwerk dat ons zal helpen de grote uitdagingen van deze tijd aan te gaan. Niet als geïsoleerde individuen, maar als onderdeel van iets groters, ouders en wijzers dan wijzelf.

Wie hier meer over wil lezen: Verborgen werelden – vrouwelijke kracht en archetypes is nu verkrijgbaar.