Whoopi Goldberg gooide onlangs een bom in een interview. Nou ja, anderen noemden het een bom. Zelf zei ze gewoon hardop wat ze al jaren weet: ze is niet gemaakt voor relaties. En prompt brak er een storm los. Te veeleisend, riepen ze. Te individualistisch. Precies wat er misgaat in onze maatschappij. En dan waren er nog de reacties van mensen die het wel herkenden, maar die werden niet geloofd. Want diep van binnen wil iedereen toch samenzijn met een ander? Als je zegt van niet, dan moet je wel lelijk zijn, of beschadigd, of jezelf wijsmaken dat je gelukkig bent terwijl je stiekem elke avond in je kussen huilt.
Ik ben geen Whoopi Goldberg, dus in mijn geval zal het niet als een shock komen, maar ik behoor tot haar kamp. En voor we verder gaan: nee, ik ben voor zover ik weet niet onaantrekkelijk (tenzij ik echt even langs de opticien moet), en nee, ik wil diep in mijn hart helemaal geen relatie. Niet een beetje. Niet stiekem. Niet als de juiste persoon langskomt. Gewoon: nee.
Na mijn scheiding op mijn vierentwintigste – ja, je leest het goed, vierentwintigste – heb ik het nog een tijdje geprobeerd. Ik ging daten. Had wat kortstondige “relaties” die die naam niet eens mogen dragen. Maar na een tijdje was ik er helemaal klaar mee. Want hier komt het euvel: zodra het ergens op begon te lijken, riep alles in mij: wegwezen! Niet omdat de mannen in kwestie niet leuk waren. Niet omdat ik bang was. Maar omdat ik mijn vrijheid veel te veel koester. Hoe geweldig iemand ook was, ik irriteerde me kapot aan de verplichtingen, het samen dingen moeten doen, het rekening houden met iemand anders zijn voorkeuren voor het avondeten of zijn behoefte aan gezelligheid terwijl ik gewoon met een boek op de bank wilde zitten.
Ik ben ook geen aangenaam mens als ik een relatie heb. Sterker nog, ik schrik soms van hoe ik dan ben. Zo was ik ooit een paar maanden samen met een man. We zagen elkaar ongeveer drie, vier dagen per week, veel te vaak naar mijn smaak. Op een dag, hij was al een paar dagen bij mij, probeerde ik aan hem te ontsnappen. Ik had mezelf verdekt opgesteld in de tuin, met een stoel en een boek en ik had die ochtend al aangegeven dat ik even alleen wilde zijn. Ik zat daar dus, verstopt in een hoekje, toen hij kordaat naar buiten stapte met zijn boek. “Geen zorgen! Je hoort en ziet me niet! Ik ga ook lezen.” Dat eindigde in een ruzie waarbij hij verbolgen met zijn boek onder de arm en zijn spullen in de andere hand de trein naar huis nam. En hoewel ik me schuldig voelde over de ruzie, was opluchting het overheersende gevoel toen hij vertrok. Eindelijk weer alleen.
Dat klinkt misschien hard, maar het is gewoon wie ik ben. Als kind was ik al graag alleen. Ik vind een paar uur sociaal zijn goed te doen, maar daarna moet ik bijtanken. Alleen, met mijn eigen gedachten, mijn eigen bezigheden. Dat heb ik zelfs met vriendinnen, mijn moeder en mijn kind. Ik ben een keer een weekendje weg gegaan met vriendinnen, waarna ik een maand bij mocht komen. Niet omdat het niet gezellig was, integendeel, maar omdat ik zo leeg was, zo uitgeput van het constante samen zijn, dat ik mezelf letterlijk moest opladen in stilte.
Ik ken mezelf door en door en vind mezelf bijzonder aangenaam gezelschap. Want ik weet wie ik ben als ik geen verlengstuk ben van iemand anders. Dat bedoel ik absoluut niet denigrerend, want ik zie genoeg mensen die in hun relatie volkomen zichzelf kunnen zijn. Maar ik kan dat niet. Omdat ik niet aan die rust toekom die ik nodig heb om te weten wat ik denk, voel en wil. In die constante aanwezigheid van een ander raak ik mezelf kwijt. Ik word een versie van mezelf die ik niet herken, die ik niet eens aardig vind. Iemand die geïrriteerd raakt om kleinigheden, die zich opgesloten voelt in haar eigen huis, die heimelijk naar de klok kijkt en denkt: wanneer gaat hij nou weg? Daarom is latten ook een no go voor mij.
Nu hoor ik je bijna denken: ze is gewoon nog niet de juiste tegengekomen. Maar geloof me, ik ben stapelverliefd geweest. Ik heb van mannen gehouden. Ik heb hartkloppingen gehad, vlinders in mijn buik, het hele pakket. Maar het was voor mij niet genoeg. Of misschien beter gezegd: het was te veel. Te veel verwachtingen, te veel samen zijn, te veel mezelf moeten aanpassen. Ik vergelijk het een beetje met stellen die bewust geen kinderen willen. Ook dat wordt als vreemd gezien, alsof er iets mis met ze moet zijn. Terwijl ik denk: good for you! Vooral niet doen, als je dat niet wilt. En dat geldt ook voor relaties.
Ben ik te individualistisch? Misschien. Want ik heb alleen zijn nog nooit als eenzaam ervaren, juist als het paradijs op aarde. Dat klinkt misschien dramatisch, maar het is gewoon waar. Mijn perfecte dag? Uitslapen. Op bed ontbijten zonder dat iemand vraagt of ik ook koffie wil. Een paar uur schrijven, helemaal opgaan in mijn eigen gedachten. Een wandeling maken wanneer ik daar zin in heb. En ’s avonds op de bank met een boek en een goed glas wijn, zonder dat iemand aandacht van me wil of vraagt hoe mijn dag was terwijl ik net bij de spannendste passage ben. Dat is mijn geluk. Dat is waar ik naar verlang.
Ik heb daarnaast vaak een andere vraag gekregen. Is dat dan niet zwaar, als alleenstaande moeder? Mijn kind is nu eenentwintig, en ik kan je vertellen: ik heb het vanaf het begin heerlijk gevonden. Veel mensen lijkt het zwaar, maar we hebben zo’n liefdevolle band dat ik het geen moment als zodanig heb ervaren. En als ik raad nodig had of het even niet meer wist? Dan klopte ik aan bij mijn moeder. Nog steeds, trouwens.
Ik leef niet in een kluizenaarshut. Ik ben niet verbitterd. Ik heb prachtige mensen om me heen die ik liefheb. De rijkste momenten in mijn leven zijn samen met mijn moeder of mijn kind praten, wandelen, of gewoon koffie drinken. Of met mijn vriendinnen, in gesprek over het leven, over boeken, over niets en alles. Daarnaast kan ik morgen besluiten om het hele huis roze te verven (heb ik een keer daadwerkelijk gedaan, geen aanrader). Maar het punt is: ik kan het. Ik kan eten wat ik wil, wanneer ik wil. Ik kan besluiten om een week lang elke avond pasta te eten of juist helemaal niet te koken. Ik kan op vakantie gaan wanneer ik daar zin in heb. Ik kan mijn eigen keuzes maken zonder overleg, zonder compromissen.
En toch wordt dat niet geloofd. Online, als ik er weleens over praat, komen ze tevoorschijn: de reacties die zeggen dat ik te veeleisend ben. Grappig, want ik heb helemaal geen eisen. Ik wil simpelweg geen relatie. Of ze zeggen dat ik mezelf maar wat wijsmaak, dat iedereen uiteindelijk toch iemand wil. Alsof er een universele waarheid bestaat die zegt dat een mens alleen compleet kan zijn met een partner aan diens zijde.
En daar zit hem nou net de kneep. We krijgen vanaf onze vroegste jeugd ingepeperd dat het einddoel een relatie is. Alle sprookjes eindigen ermee: en ze leefden nog lang en gelukkig. Alsof geluk alleen kan bestaan binnen de kaders van romantische liefde. Alsof je pas een volledig mens bent als iemand anders jou compleet maakt. We groeien op met het idee dat alleen zijn iets tijdelijks is, iets om doorheen te komen tot je eindelijk de ware vindt.
Maar wat is er eigenlijk mis mee om dat te doorbreken? Waarom wordt er zo raar opgekeken van mensen die bewust kiezen voor een leven zonder partner? Ik denk dat het angst is. De angst dat als anderen gelukkig kunnen zijn zonder relatie, hun eigen keuzes misschien niet zo vanzelfsprekend zijn als ze dachten. De angst dat als niet iedereen streeft naar hetzelfde doel, hun eigen doel minder waardevol lijkt. Of misschien gewoon de angst voor het onbekende, voor een levenspad dat afwijkt van wat “normaal” wordt geacht.
En ja, ik zie ook mensen die samen zielsgelukkig zijn. Ik gun ze dat van harte en vind het prachtig om te zien. Maar ik zie ook mensen die bij elkaar blijven omdat alleen zijn zo eng lijkt, en die ondertussen diep ongelukkig zijn maar het niet durven toe te geven. Die liever samenzijn in eenzaamheid dan alleen zijn in vrede. En dat vind ik pas jammer.
Want hier is de waarheid die niemand je vertelt: alleen zijn kan ook een bewuste, liefdevolle keuze zijn. Het is niet altijd een fase, niet altijd iets om te genezen of op te lossen. Soms is het gewoon wie je bent. Soms is het precies wat je nodig hebt om volledig jezelf te kunnen zijn.
Ik zeg niet dat iedereen zo moet leven. Ik zeg ook niet dat relaties slecht zijn of dat mensen die ervoor kiezen het mis hebben. Ik zeg alleen: er is meer dan één weg naar geluk. En de mijne loopt, in ieder geval voorlopig, in mijn eentje. Met mijn kind, mijn moeder, mijn vriendinnen, mijn boeken en mijn glas wijn. Met de vrijheid om mijn eigen keuzes te maken, mijn eigen tempo te bepalen en mijn eigen leven te leiden.
En als Whoopi Goldberg dat ook heeft ontdekt, dan kan ik alleen maar zeggen: welkom in het kamp, Whoopi. Het is hier heerlijk rustig.
