
Misschien herken je dat gevoel dat je ’s avonds in bed ligt en je realiseert dat je de hele dag niet echt in je lijf hebt gezeten. Dat je van afspraak naar afspraak bent gegaan, van taak naar taak, steeds maar door. En nu lig je daar en je nek doet zeer, je schouders staan bij je oren en je vraagt je af: wanneer ben ik vergeten te ademen?
Of dat moment waarop iemand iets van je vraagt en je meteen “ja, natuurlijk” zegt, terwijl er ergens diep van binnen een klein stemmetje fluistert: eigenlijk wil ik dit helemaal niet. Maar dat stemmetje is zo zacht geworden door de jaren heen, zo ver weg, dat je het nauwelijks nog hoort. Je hebt geleerd om door te gaan, om aardig te zijn, om vooral geen last te zijn.
We hebben geleerd om ons hoofd te vertrouwen en ons lijf te negeren. Om rationeel te zijn boven emotioneel. Om te doen en te presteren, in plaats van te voelen, te zijn en te luisteren.
Hoe we het zijn kwijtgeraakt
Er was een tijd waarin vrouwen wisten. Ze wisten welke planten genazen en welke giftig waren. Ze begrepen de cyclussen van het lichaam en konden daarmee werken in plaats van ertegen. Ze kenden de seizoenen en de maan en gebruikten die kennis om te weten wanneer het tijd was om te zaaien en wanneer om te oogsten. Niet omdat ze magie bedreven, maar omdat ze luisterden naar de natuur, naar hun lijf en naar die stille stem van intuïtie die ons allemaal begeleidt als we er ruimte voor maken.
En toen kwam de angst. Angst voor wat we niet konden controleren of begrijpen met ons verstand. Angst voor vrouwen die te machtig waren, te wijs en te verbonden met iets dat groter was dan de systemen die mannen hadden gebouwd. We noemen het nu de heksenvervolgingen, maar het was tevens een grootschalige uitroeiing van oude wijsheid. Van vrouwen die wisten hoe ze zichzelf en anderen konden genezen. Van mannen en kinderen die ook werden verbrand of gemarteld omdat ze opkwamen voor die vrouwen of voor die oude manier van leven.
Stel je voor hoe dat doorwerkt, generaties lang. Je voorouder die zag wat er gebeurde met vrouwen die te luid spraken en te veel wisten. Ze leerde: blijf klein, blijf stil, vertrouw je gevoel niet want dat kan je de kop kosten. En die angst, die geef je door je aan je dochter. En zij aan de hare. Totdat je bij jezelf komt, nu, eeuwen later, en je realiseert dat je nog steeds je excuses loopt aan te bieden voor dingen waar je helemaal geen sorry voor hoeft te zeggen.
De goden buiten onszelf
Toch zochten we naar iets van verbinding. We zijn naar de kerk gegaan, naar de tempel, naar de moskee. We hebben gebeden tot God, tot Jezus, tot Boeddha, tot Allah. Prachtige tradities die mensen troost en richting hebben gegeven. Maar er zat ook iets in die boodschap dat ons verder van onszelf af bracht, namelijk het idee dat het heilige ergens anders is, boven ons en buiten ons. Dat we kleine, zondige wezens zijn die moeten streven naar iets groters dan wijzelf.
Als je goed kijkt, vereren we vooral mannelijke goden. En de godinnen? Die zijn we bijna helemaal vergeten. Maar eerst werden hun verhalen vervormd en werden ze afgebeeld als demonen of wraakzuchtige wezens die alles vernietigen. Neem Lilith, Kali of Maria Magdalena als boetvaardige zondares – allemaal vrouwelijke kracht die vroeger even heilig was als mannelijke kracht. Ze stonden voor de energie van schepping, van intuïtie, van cyclussen die eb en vloed kennen in plaats van alleen maar vooruit, hoger en meer.
Maar wat als het heilige dat we zoeken helemaal niet alleen maar buiten ons is? Wat als er ook iets goddelijks in jou zit? Niet als zweverig concept, maar heel letterlijk, namelijk in je vermogen om te voelen wanneer iets klopt of niet, nog voordat je het kunt uitleggen. In de manier waarop je lijf je vertelt dat je rust nodig hebt, als je maar zou luisteren. In die kracht die je voelt laag in je buik als je eindelijk nee durft te zeggen tegen iets wat niet goed voelt.
Uit het hoofd, naar het lijf
Ik zie het om me heen: we leven in ons hoofd. De hele dag lijkt je hoofd op een harde schijf die draait, denkt, plant en analyseert. En ondertussen stuurt ons lijf signalen die we negeren. Bijvoorbeeld een knoop in je maag als je met die ene collega moet praten. Je denkt: ach, stel je niet aan. Of hoofdpijn die maar niet weggaat. Je neemt een paracetamol en gaat door. En vergeet niet de maandelijkse periode die voor sommige vrouwen steeds heviger wordt. Je slikt de pil en vraagt je niet af wat je lijf je probeert te vertellen.
We zijn vergeten dat ons lijf wijsheid heeft. Dat die cyclus van je menstruatie niet een vervelend obstakel is, maar een maandelijks ritme dat je kan helpen begrijpen wanneer je energie hebt om de wereld te veroveren en wanneer je beter naar binnen kunt keren. Dat die nee die in je buik leeft en niet in je hoofd, vaak de waarste nee is die er is.
En dan die uitdrukking die we allemaal kennen: “Ik voel het in mijn buik.” We zeggen het, maar doen we er nog iets mee? Of redeneren we onszelf vervolgens naar een ja omdat het rationeel gezien toch logisch en verstandig is?
Dit is geen feministische oorlogsverklaring
Laat me heel duidelijk zijn: dit is geen betoog tegen mannen of mannelijke energie. Dit is geen oproep tot een wereld waarin vrouwen de baas zijn en mannen het onderspit delven. We hebben al gezien hoe dat werkt als één energie de overhand heeft en het heeft niemand gelukkig gemaakt.
Er zijn zoveel mannen die ook moe zijn van altijd maar sterk moeten zijn. Van het idee dat ze geen angst mogen voelen, geen twijfel of geen zachtheid. Die ook snakken naar meer ruimte om te zijn wie ze werkelijk zijn, met alle gevoelens en nuances die daarbij horen. Die ook gebukt gaan onder een systeem dat alleen maar waardeert wat zichtbaar en meetbaar is.
Dit gaat niet om man versus vrouw. Dit gaat om twee soorten energie die we allemaal in ons dragen. De yang-energie van doen, bouwen, beschermen en actie ondernemen. En de yin-energie van zijn, voelen, intuïtief aanvoelen en ruimte houden. We hebben ze allebei nodig, maar we hebben eeuwenlang alleen die eerste gewaardeerd en de tweede onderdrukt. En daar worden we allemaal ziek van.
Wat er gebeurt als je weer naar beneden zakt
Stel je voor dat je weer een relatie aangaat met je lijf. Dat je ’s ochtends opstaat en je eerst afvraagt: hoe voel ik me vandaag? Wat heb ik nodig? In plaats van meteen je to-do-lijst af te ratelen in je hoofd.
Dat je in een gesprek merkt dat je schouders omhoog kruipen en je adem oppervlakkig wordt, en dat je dat herkent als een signaal: dit voelt niet goed. En dat je dan iets doet met die informatie, in plaats van jezelf voor te houden dat je overdrijft.
Dat je de periode van net voor je menstruatie niet meer ziet als iets waar je doorheen moet worstelen, maar als een moment waarop je lichaam je vraagt om iets langzamer aan te doen en iets meer naar binnen te keren. En dat je daar dan ook echt ruimte voor krijgt in onze maatschappij, in plaats van je te schamen dat je even minder energie hebt en je weer iets slikt om vooral door te kunnen gaan.
Dat je nee zegt als iemand over je grens gaat. Niet omdat je het helemaal hebt uitgedacht en een perfecte argumentatie hebt, maar gewoon omdat je voelt: tot hier en niet verder. En dat je je daar niet schuldig over voelt, maar juist trots. Want eindelijk luister je weer naar jezelf.
Dat je merkt wanneer je te lang bezig bent en je lijf om rust vraagt. En dat je dan ook echt rust, in plaats van door te gaan tot je ziek wordt en geen keuze meer hebt.
Dit zijn geen grote, spirituele concepten. Dit is gewoon heel zijn, als een compleet mens met een lijf en een hoofd. Met ratio en intuïtie. Met kracht en zachtheid.
De terugkeer van de godin
Er hoeft geen nieuw altaar te komen waarop we vrouwelijke goden aanbidden (al kan het natuurlijk geen kwaad om deze in huis te hebben). Dat is niet wat dit is. Dit is een uitnodiging om te herkennen dat die goddelijke vonk, die scheppende kracht, die diepe intuïtie, ook in jou zit. Niet ergens ver weg in de hemel, maar hier, in je bekken, in je buik, in dat stille weten dat er altijd is geweest.
Voor vrouwen betekent dit vaak opnieuw afdalen. Van het hoofd naar het hart naar de buik naar het bekken. Naar die plek waar je seksualiteit zit, je creativiteit en je vermogen om leven te scheppen, wat dat voor jou ook mag betekenen. Misschien is dat een kind, misschien is dat kunst, misschien is dat een manier van leven die helemaal van jou is.
Voor mannen kan dit betekenen dat ze erkennen dat er ook in hen zachtheid mag zijn. Dat ontvangen net zo waardevol is als geven. Dat niet alles een gevecht hoeft te zijn. Dat er schoonheid zit in overgave, in niet-weten en in kwetsbaarheid tonen.
Wat dit werkelijk betekent
Ik weet dat dit groot kan klinken. Alsof er een hele transformatie moet plaatsvinden voordat je “er bent”. Maar zo werkt het niet. Dit is geen bestemming waar je naartoe moet reizen. Het is geen certificaat dat je moet halen, geen workshop die je moet volgen, geen level 5 Enlightenment dat je moet ontgrendelen.
Het is veel simpeler dan dat. En tegelijk moeilijker, omdat het betekent dat je oude patronen gaat doorbreken die er al generaties lang zitten.
Het betekent dat je de volgende keer dat je automatisch ja wilt zeggen terwijl alles in je nee schreeuwt, je even pauzeert. Dat je voelt waar die nee vandaan komt, vaak uit je buik, uit je bekken, uit dat diepe weten dat geen uitleg nodig heeft. En dat je dan, ook al trillen je handen, zegt: “Nee, dit past niet bij me.”
Het betekent dat je die ochtend waarop je menstruatie begint en je je zwaar voelt, jezelf toestemming geeft om het wat rustiger aan te doen. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je lijf je iets vertelt. En dat je daar niet je excuses voor aanbiedt, niet tegen je collega’s, niet tegen je partner en al helemaal niet tegen jezelf.
Het betekent dat je die avond waarop je een vage onrust voelt over een situatie of een persoon, jezelf niet meer probeert te overtuigen dat het wel meevalt. Dat je die intuïtie serieus neemt, ook al kun je niet met rationele argumenten uitleggen waar die onrust vandaan komt. Want je lijf weet dingen die je hoofd nog niet heeft begrepen.
Het betekent dat je die momenten waarop je voelt dat je te lang hebt doorgewerkt – inclusief die lichte hoofdpijn, die stijve nek en die irritatie over kleine dingen – dat je dan stopt. Niet over een uur, niet na dit ene klusje, niet morgen, maar nu.
De moed om klein te beginnen
De kracht zit niet in grote gebaren of spirituele revoluties, maar in kleine momenten.
Misschien begin je met vijf minuten waarin je je hand op je buik legt en vraagt: hoe gaat het vandaag met me? Zonder meteen met oplossingen te komen, zonder er iets mee te hoeven.
Misschien is het die ene vriendschap waarin je altijd maar geeft en nooit ontvangt, waar je eindelijk zegt: “Kun jij dit keer naar mij luisteren?”
Misschien is het dat je een week in je agenda blokkeert rondom je menstruatie waarin je geen grote verplichtingen plant, omdat je hebt gemerkt dat je dan gewoon minder energie hebt.
Misschien is het dat je stopt met je te verontschuldigen voor dingen die geen excuus nodig hebben.
Dit zijn geen kleine dingen. Dit zijn radicale daden van zelfliefde in een wereld die ons heeft geleerd om onszelf weg te cijferen.
Een uitnodiging, geen opdracht
Ik schrijf dit niet omdat ik denk dat je gebroken bent en gerepareerd moet worden. Ik schrijf dit voor de mensen die herkennen wat ik beschrijf. Die herkenning als je leest over grenzen stellen, over naar je lijf luisteren, over die oude wijsheid die nog steeds in je zit ook al heb je er lange tijd geen aandacht aan gegeven.
Je bent niet te gevoelig. Je bent niet te veel. Je bent niet hysterisch of overdreven of drammerig als je aangeeft dat iets niet goed voelt. Je bent aan het herinneren. Je bent aan het terugkeren naar een manier van zijn die natuurlijk is, hoe onnatuurlijk het misschien ook voelt na al die jaren van onderdrukking.
En ja, het is eng. Want als je begint met grenzen stellen, zullen er mensen zijn die dat niet leuk vinden. Als je stopt met jezelf weg te cijferen, zullen er mensen zijn die vragen waar die lieve, makkelijke versie van jou is gebleven. Als je begint te leven vanuit je cyclus in plaats van ertegen te vechten, zullen er mensen zijn die zeggen dat je je niet zo moet aanstellen.
Laat ze. Die mensen zijn niet van jou. Jouw mensen zijn degenen die zeggen: “Eindelijk zie ik je echt. “
Thuis
Uiteindelijk is het een thuiskomst. Terug naar je lijf, dat je hele leven op je heeft gewacht. Terug naar je intuïtie, die nog steeds fluistert ook al heb je haar lang genegeerd. Terug naar die vrouwelijke energie – of noem het zachte, ontvangende, cyclische energie – die niet zwak is maar juist ongekend sterk.
Die kracht zit in ons allemaal. Niet ergens ver weg in een godin die je moet aanbidden. Niet in een tempel waar je naartoe moet reizen. Maar hier, in je ademhaling, in je hartslag, in de wijsheid en de kracht van je bekken. In dat stille weten dat je vandaag rust nodig hebt. In die heldere grens die zegt: tot hier en niet verder. In die diepe vreugde als je eindelijk weer voelt dat je leeft, echt leeft, in plaats van functioneert.
Want die goden en godinnen? Die staan niet buiten jou. Hun kracht ligt voor het oprapen, simpelweg in jezelf.
