Mijn balkon begint tekenen van overbevolking te vertonen. Waar ooit ruimte was voor een stoel, staan nu twee kweekkassen, een olijfboom met een sterke persoonlijkheid en een groeiend aantal gewassen dat zich niets aantrekt van mijn oorspronkelijke plannen. Het voelde daarom als een volkomen logische volgende stap om het geheel uit te breiden.

Zeven dagen geleden kregen wij de denkbeeldige sleutel van een stuk grond van honderdvijfentwintig vierkante meter. Ik noem het bewust geen tuin, want op dag één had het meer weg van een botanische opstand. Onkruid tot aan je enkels, structuren die ooit logisch leken maar dat al tijden niet meer waren, en ergens daaronder een bodem waar ik grootse plannen mee had.

Mijn eerste reactie was paniek. Niet subtiel, maar van het soort waarbij je denkt: dit krijg ik nooit onder controle. Dus deed ik wat ik vaker doe in dat soort situaties: ik ben gaan lezen. Veel. Over voedselbossen, bodemleven, lagen, systemen. Binnen een paar uur was ik ervan overtuigd dat dit geen tuin was, maar een ecosysteem in wording. Dat hielp.

De dagen daarna verliepen in een soort roes. Er was een grote winkelwagen. Die kar werd gevuld met bomen, struiken, kruiden, groente, en waarschijnlijk ook dingen waarvan ik op dat moment nog niet helemaal begreep wat ze deden, maar die er wel uitzagen alsof ze essentieel waren. Mijn zicht was beperkt, mijn enthousiasme niet. Ik heb slechts één keer een schap geraakt, wat ik persoonlijk een sterk resultaat vind gezien de omstandigheden.

En nu zijn we op dag zeven. Het onkruid is grotendeels weg.
Het andere deel kijkt ons nog even aan alsof het wil zien hoe serieus we dit menen. Wat we geplant hebben, is nog klein. Het ziet er op dit moment uit als een verzameling intenties in plaats van een tuin. Je moet echt even weten wat waar staat om het te kunnen zien.

En toch loop ik daar inmiddels rond alsof ik dit al jaren doe.
Met een emmer aan een touw water uit de sloot halen blijkt onverwacht veel charme te hebben. Het ritme, het geluid, het idee dat je niet op een knop drukt maar daadwerkelijk iets doet. Ik had niet verwacht dat ik me zo snel verbonden, aards en licht tevreden kon voelen met iets wat zeven dagen geleden nog vooral overweldigend was.

Het grappige is dat er feitelijk nog helemaal niet zoveel te zien is. Als je er langs loopt, zie je waarschijnlijk een deels opgeschoond stuk grond met hier en daar wat jonge aanplant. Maar ik zie lagen, groei, samenhang. Of in ieder geval de belofte daarvan.

Misschien is dat ook hoe dit soort dingen werken. Dat je begint met iets wat eruitziet als chaos, daar veel te snel veel te veel over leert, vervolgens iets te enthousiast alles tegelijk aanschaft, en dan ineens op een punt staat waarop je denkt: ja, dit klopt.

Mijn balkon was al een begin. Een soort proefversie van iets dat ik blijkbaar al langer wilde. Maar dit… dit is de uitgebreide editie.
Het is nog lang geen voedselbos. Op dit moment is het vooral een plek waar we bezig zijn om iets te laten ontstaan. Maar als het tempo van de afgelopen dagen iets zegt, dan ben ik benieuwd waar we over een paar weken staan.

En zo niet, dan heb ik in ieder geval geleerd hoe je met een emmer aan een touw water uit een sloot haalt. Dat lijkt me ook een vrij solide vaardigheid.